Korma curry met varkenshaas en pastinaak

In het oogstseizoen van de moestuin is het vaak duidelijk wat er op tafel komt aan groente. In de winter wordt het lastiger. Ik kan dan nog wat ingevroren groente uit de diepvries halen maar op dit moment is er weinig keuze op dat gebied: vooral veel zakken met sperziebonen en artisjokken.  Om mijzelf uit te blijven dagen om wat origineels op tafel te zetten, koop ik de aanbiedingen groente en moet daar in de loop van de week iets van maken.

Op dit moment zijn pastinaken en allerlei knollen erg goedkoop in de winkel. Pastinaken zijn net als wortels licht zoet maar iets pikanter. Ze zijn een lekkere smaakmaker in de soep. Ik heb er dit keer een Indiase curry extra lekker mee gemaakt.  Je kan zelf Korma-kruidenpasta maken en dat doe ik graag in het weekend. Gedurende de werkweek is een potje currypasta een uitkomst en heb je toch in een dik half uur een heerlijke curry met veel verse groente!

Korma curry met varkenshaas en pastinaak

4 ons varkenshaas
1 ui, gesnipperd
1 pastinaak, in dunne stukjes
1 courgette, in blokjes
1 aardappel, in kleine blokjes
Korma kruidenpasta (Patak’s 165 gram)*
250 ml kokosmelk
100 ml room
veel verse koriander of verse peterselie
peper, zout
olie of boter om in bakken

Snij de varkenshaas in dobbelstenen en kruid met zout en peper. Verhit de olie of boter en bak de varkenshaasblokjes kort aan. Doe ze in een kommetje en verhit eventueel opnieuw olie in de pan. Bak hier de ui in aan tot de ui glazig is. Voeg daarna de aardappel en pastinaak toe. Bak even mee en voeg dan de kruidenpasta toe en een flinke scheut water. Laat het geheel 10 minuten goed doorkoken. Voeg eventueel water toe als het dreigt droog te koken. Voeg dan courgette, kokosmelk en room toe en laat het nog 10 minuten doorkoken. Voeg als alles gaar genoeg is nog even de blokjes varkenshaas toe en warm deze op in de saus. Bestrooi met flinke hoeveelheid verse koriander.

* Pak je een ander merk dan kan de hoeveelheid toe te voegen currypasta,  kokosmelk en room verschillen.

Sous vide scholrolletjes met garnalensaus

Hoe krijgen ze het in een restaurant voor elkaar om van die lekkere sappige visrolletjes in witte-wijn/garnalensaus te serveren. Met de sous vide techniek!. De visrolletjes drogen niet uit doordat ze in een vacuumzak op een constante temperatuur in een warm-waterbad worden gegaard.  Wij hebben een sous vide-apparaat dat je in elke pan kan hangen. Het heeft ondertussen zijn waarde allang bewezen.

Met Kerst hadden we een chuck-eye steak-rol sous vide in een grote pan gegaard en even aangebakken vlak voordat iedereen aan tafel ging. Sous vide is dus ideaal voor etentjes.  Je kan een dag van tevoren vlees of  groente sous-vide klaar maken, snel afkoelen en dan op de dag van het etentje nog even opwarmen op dezelfde temperatuur.  Groente wordt intenser van smaak en vlees krijgt de perfecte garing. Kortom, ik ben fan.

Sous vide scholrolletjes met garnalensaus

4 scholletjes
olijfolie
verse peper
snufje zout
verse kruiden naar keuze

100 ml wijn
200 ml garnalenbouillon (of visbouillon en wat verse garnaaltjes)
100 ml room
flinke theelepel tomatenpuree
scheutje citroensap
20 gram koude boter
verse peper

Snij de scholfilet in de lengte doormidden, smeer de filet in met olijfolie en kruid met peper, snufje zout plus verse kruiden naar keuze. Rol de filetrepen op: van het dunne stuk naar het dikke gedeelte. Leg de rolletjes goed tegen elkaar aan in een zak, met het losse eindpuntje van het rolletje  naar onder zodat ze goed in vorm blijven liggen.  Trek de zak vacuum en gaar ze op 62 C, een kwartier in sous vide.

Maak de saus door witte wijn in te koken in een pannetje, voeg als er nog een bodem wijn over is, de bouillon toe en laat tot de helft inkoken. Voeg dan de room toe, tomatenpuree en een scheutje citroensap. Laat op een laag vuur zachtjes pruttelen. Voeg voor het opdienen de koude boter in blokjes toe voor wat extra binding. Maak verder op smaak met een beetje vers gemalen peper.

Oesters 3 manieren

Voor de één is het een verwennerij en een ander weet niet goed wat er mee aan te vangen: een mandje verse oesters. Ik behoor tot de eerste categorie, zeker als het ook nog eens Zeeuwse platte oesters zijn. Zeeuwse platte oesters zijn delicaat van smaak en het beste rauw te eten, met wat citroensap of frambozenazijn. De creuse (de langwerpige oester) is wat zilter waardoor je de oester ook gegratineerd goed proeft.

Afgelopen zomer wilde ik van onze eigen oogst al eens een keer frambozenazijn maken omdat ik had gelezen dat oesters erg lekker zijn met deze azijn. Het is er  helaas niet van gekomen dus kocht ik in Lille bij de Auchan vorige week frambozenazijn. Bij deze Auchan krijg ik bij het azijnschap altijd last van keuze-stress: zal ik bessen-azijn meenemen, welk merk rodewijnazijn is het beste, zal ik voor de zekerheid toch nog een fles dragon-azijn inladen, etc.

De volgende dag kon ik de combinatie frambozenazijn met oesters uittesten en het is inderdaad erg lekker!  Nu met de feestdagen in aantocht zijn oesters goed te verkrijgen dus tijd voor een oesterfeestje:

Oesters 3 manieren:

Rauwe oester:

oester
frambozenazijn
sjalot

Gebakken oester met bruiswijn

oester
sjalot
roomboter
bruiswijn

Gegratineerde oester

oester
citroensap
boter
verse bieslook of peterselie
snufje cayennepeper
paneermeel

Open de oesters: begin met openen aan de achterkant en werk naar voren. Snij de oesters los van de platte kant en doe de platte kant van de oester weg. Maak de oesters ook even los van de bolle schelp. Leg de rauwe oesters op een oesterbord of op een schaal met een laagje zout zodat ze stevig liggen. Giet op de rauwe oesters een paar druppels frambozenazijn en leg enkele stukjes sjalot er bij.

Voor de gebakken oesters: verhit de boter in een pan en bak hier de oesters kort in aan (hooguit een minuut). Leg ze weer terug in de schelp, verdeel wat stukjes sjalot er over en besprenkel met de bruiswijn.

De gegratineerde oesters: besprenkel de oester met wat citroensap, verdeel kleine stukjes boter over de oesters, bestrooi met wat verse bieslook of peterselie en een snufje cayennepeper. Top af met wat paneermeel en zet de oesters onder de grill in de oven tot het paneermeel lichtbruin is gekleurd.

Romige knolselderijsoep

Het kerstmenu is na wat wikken en wegen af.  Het wordt een klassiek kerstmenu, met een moderne twist.  Als tweede gang komt deze soep op tafel. Ik twijfel alleen nog of ik de peterselie zal vervangen door peterselie-olie en dan daarmee een mooie zwier in de soep zal plaatsen (of  zelfs -erg modern- een pipetje met peterselie-olie bij de soep zal serveren). Aan de andere kant, niets gaat boven de smaak van vers gesnipperde peterselie. Daarnaast heb ik al genoeg te doen want het wordt een viergangendiner voor vijftien man.

De knolselderij zal helaas niet uit eigen tuin komen. Ik had vier knolselderij-plantjes gekocht en deze vrij laat geplant. De knolselderij leek wel goed te groeien maar toen ik hoopvol eentje uit de grond trok, bleek er vooral veel wortels aan te zijn gegroeid. Jammer, dus volgend jaar iets vroeger gaan planten. Ik was dit jaar toch al bij veel groenten laat met planten. Voor sommige groente maakte dat gelukkig niet veel uit. De oogst is dit jaar bescheiden geweest maar ben er toch heel tevreden mee. Volgend seizoen gaan we weer met goede moed opnieuw beginnen, maar nu eerst lekker kerst en nieuwjaar vieren!

Feestelijke knolselderijsoep

1 kleine knolselderij
1 smalle winterwortel, in schijfjes
1 ui, gesnipperd
1 teen knoflook, in stukjes
1 tak tijm
1 liter paddenstoelenbouillon
1/2 liter groentebouillon
100 ml ongeklopte, ongezoete room
bos verse peterselie
50 gram walnoten
vers gemalen peper

Fruit de ui, knoflook en wortel in olie of boter. Voeg hier de geschilde en in stukken gesneden knolselderij plus de tijm aan toe.  Bak even mee en doe dan de bouillon er bij. Laat doorkoken tot de knolselderij en wortel zacht is, zo’n kwartier. Haal het takje tijm uit de soep en pureer de soep. Voeg de room toe. Maak verder op smaak met peper en eventueel nog wat zout. Dien op met stukjes walnoot en veel verse peterselie in snippers.

Wildpaté zelf maken

Mijn kooklijstje wordt steeds kleiner maar er staat nog steeds genoeg op. Een item op het lijstje was zelf mayonaise maken. Ik had altijd een vrees voor zelfgemaakte mayonaise omdat daar een rauw ei in gaat. Een paar weken geleden schafte ik het boek “Sous vide thuis” aan en ontdekte daar het recept voor Mayonaise zonder risico. Door de eieren twee uur sous vide op 57 C te koken, behouden ze de “rauwe” structuur maar zijn ze gepasteuriseerd. Inmiddels ben ik al twee potten zelfgemaakte mayonaise verder, en staat een nieuwe portie op de agenda.

Zelf paté maken staat ook al jaren op mijn lijstje. Met het aankomende kerstdiner in het achterhoofd ben ik daarom vorig weekend eens aan de slag gegaan. Uit de vriezer haalde ik een ganzenborst en hazenrug want het moest een wildpaté worden. Deze heb ik een nacht in rode wijn en port gemarineerd en de volgende dag grof gemalen. Om de wildpaté lekker smeuïg te maken, gaat er ook nog zeer fijn gemalen vet spek en lever in. De paté gaat daarna een paar uurtjes op lage temperatuur de oven in. Ik heb gemerkt dat de smaak van de paté daarna zich nog ontwikkelt dus maak het liefst de paté twee dagen voordat je het gaat serveren: dan is de paté op zijn lekkerst.

Wildpaté

300 gram wild (150 gram ganzenborst + 150 gram hazenrug)
1 glas rode wijn
1 glas rode port
10 jeneverbessen
1 laurierblaadje
200 gram vet spek
150 gram lever (varkens/kalf)
1 ei
25 gram bloem
8 gram zout
evt dunne plakken spek
vers gemalen peper

Doe het wild in een sluitzak en voeg hier de wijn, port, jeneverbessen en laurier aan toe. Laat een nacht marineren. Haal het vlees uit de marinade. Zeef de marinade en laat de marinade vervolgens inkoken tot twee eetlepels vocht. Snij het wildvlees in blokjes en vermaal grof met de keukenmachine. Doe in een schaal. Doe de lever in blokjes in de keukenmachine en pureer. Voeg dit toe aan het wildvlees. Doe hetzelfde met het vet spek en meng alles goed door elkaar. Voeg de bloem toe en meng dit er door. Klop een eitje los en meng dit er eveneens door. Maak alles op smaak met het zout en vers gemalen peper naar smaak. Meng tot slot de enigszins afgekoelde ingekookte marinade toe en stort alles in een ingevette paté of cakevorm. Je kan voor een feestelijk effect ook nog de vorm eerst bekleden met repen spek, die je vervolgens nog over het paté mengsel heen legt voordat de vorm in de oven gaat. Bak de paté in circa twee uur op 80 C in het midden van de oven. Serveer met (cranberry) compote, uienmarmelade of een chutney.

Recept voor Wildpate

Door Christien,12 december 2017

Voorbereidingstijd:20 minuten
Bereidingstijd:120 minuten

Dit heb je nodig

Voor de pate

  • 300 gram wild
  • 1 glas rode wijn
  • 1 glas port
  • 10 jeneverbessen
  • 1 laurierblaadje
  • 200 gram vet spek
  • 150 gram lever
  • 8 gram zout
  • versgemalen zwarte peper
  • 1 ei
  • 25 gram bloem
  • patevorm

Zo maak je het

Verwarm de oven voor op 80 graden en vet de vorm in met olie .

Doe het wild in een sluitzak en voeg hier de wijn, port, jeneverbessen en laurier aan toe. Laat een nacht marineren. Haal het vlees uit de marinade. Zeef de marinade en laat de marinade vervolgens inkoken tot twee eetlepels vocht. Snij het wildvlees in blokjes en vermaal grof met de keukenmachine. Doe in een schaal. Doe de lever in blokjes in de keukenmachine en pureer. Voeg dit toe aan het wildvlees. Doe hetzelfde met het vet spek en meng alles goed door elkaar. Voeg de bloem toe en meng dit er door.

Klop een eitje los en meng dit er eveneens door. Maak alles op smaak met het zout en vers gemalen peper naar smaak. Meng tot slot de enigszins afgekoelde ingekookte marinade toe en stort alles in een ingevette paté of cakevorm. Je kan voor een feestelijk effect ook nog de vorm eerst bekleden met repen spek, die je vervolgens nog over het paté mengsel heen legt voordat de vorm in de oven gaat.

Bak de paté in circa twee uur op 80 C in het midden van de oven. Serveer met (cranberry) compote, uienmarmelade of een chutney.

Kerst bijgerechten

Meestal ben je er bij het plannen van het kerstdiner al snel uit wat het hoofdgerecht gaat worden. Met de kerstdagen gaan meer mensen voor een luxer stukje vlees, zoals hertenbiefstuk of varkenshaas of kies je voor een lekkere stoverij zoals hazenpeper. Het kiezen van het bijgerecht wordt al een stuk lastiger. Ik heb een aantal ideeën op een rij gezet.

Iets van aardappel is altijd een fijn bijgerecht. Je kan gaan voor kant en klare aardappelprodukten maar vers is toch het lekkerst. Smeuïge aardappelpuree met een korstje doet het altijd goed maar je kan deze net iets specialer maken door er boterraap aan toe te voegen: puree van aardappel en boterraap. De aardappelpuree wordt ook spannender door er laagjes zuurkool en repen katenspek of spekjes aan toe te voegen. Lekker bij wild en makkelijk is deze: zuurkoolschotel. Door aan aardappelpuree aardpeer toe te voegen krijg je een heerlijke licht nootachtige smaak aan de puree. Wil je nog een stapje extra zetten, maak dan een dag van tevoren deze aardappel-aardpeer kroketjes en frituur ze op de dag zelf in vier minuten mooi goudbruin.

Aardpeer is een goede vervanger van aardappel. Een aardappelgratin kan er lang over doen om gaar te worden. Het voordeel van een aardpeergratin is dat het korter in de oven kan en lekker sappig blijft. Bij deze aardpeergratin wordt de aardpeer in roomsaus gegaard en krijgt een lekker korstje. Past bij het hoofdgerecht een iets zoeter bijgerecht van aardappel dan is deze rosti van pompoen en aardappel een idee. Medeblogger Brenda maakte hier rostirondjes van en dat staat natuurlijk nog veel feestelijker op tafel. De saus uit het recept is overigens niet noodzakelijk: alleen de rosti is al lekker genoeg.

Een ander feestelijk aardappel-bijgerecht is de Hasselback-aardappel: de aardappel wordt om de twee millimeter ingesneden en daarover wordt boter met kruiden gegoten en in de oven gegaard. Hier zijn veel recepten op internet van te vinden. Een origineel alternatief voor aardappelpuree (en lekker bij wild) is polenta. Je kan eventueel nog van tevoren polenta maken en dan de volgende dag in de oven krokant bakken en in stukjes serveren.

Vergeten groente doet het ook altijd goed bij kerst en gerechten als gebakken spruitjes of gestoofde rode kool. In plaats van de rode kool te stoven, kan deze ook eens als een salade worden geserveerd: rode coleslaw. Sperzieboon-spekrolletjes zijn kant-en-klaar te koop bij de feestdagen maar het is een kleine moeite om deze zelf te maken en dan kan je ze ook naar eigen smaak kruiden. Lekker en feestelijk, is een bijgerecht van sperziebonen met mango. Het klinkt heel apart maar smaakt geweldig bij een varkenshaasje.

Stoofpeertjes of appelmoes waren vroeger een vast onderdeel van het kerstdiner en nog steeds vind ik het bij kerst horen. De stoofpeertjes kan je op de klassieke manier klaarmaken met rode wijn of perensuiker. Wil je een keer mooie roze stoofpeertjes op tafel: stoofpeertjes met cranberrysiroop. 

Tot slot zijn er nog de hartige taarten in alle vormen en maten om als bijgerecht te serveren. Deze aspergetaart is heerlijk en komt uit het boek van Marleen van Es “Oogst”. Ik heb deze taart destijds met witte asperges gemaakt maar het originele recept is met groene asperges en daar is het natuurlijk nu meer de tijd voor.

Iedereen veel voorbereidingsplezier!

Maissoep met rivierkreeftjes

We zijn nu de laatste groente uit de moestuin aan het trekken. Eergisteren heb ik de maiskolven geoogst. Ze zijn ondermaats gebleven maar hebben wel die geweldige suikermais-smaak. Overigens, om te weten of de maiskolven rijp/eetbaar zijn prik je met een mes in een maiskorrel. Als er melkachtig vocht uit komt, dan is de maiskolf goed. Een gedeelte van de oogst is na het koken al verdwenen als snack, een ander gedeelte is in de Tropische kipschotel terecht gekomen en 6 kolven (zo’n 2 “volwassen” kolven) in de soep.

Ik heb een Amerikaans recept als basis genomen. De garnalen heb ik vervangen door rivierkreeftjes en het blik tomatenstukjes door verse tomaat. Verder kon ik het ook niet laten om nog een scheut witte wijn toe te voegen en nog wat room (stond toch nog open in de koelkast). Ook heb ik de soep zelf nog even tussendoor gepureerd en gezeefd want ik had geen trek in een soep vol met maiskorrels. Door de rivierkreeftjes is het een feestelijk soepje geworden en geschikt om gasten te verwennen met een bijzonder soepje.

Maissoep met rivierkreeftjes

2 maiskolven
1 liter groentebouillon
1 ui
1 teen knoflook
2 tomaten
1 (jalapeno) peper
scheut witte wijn
scheut room
peper
100 gram gepelde rivierkreeftjes
verse peterselie

Voor een licht gebonden soep:
20 gram boter
1 eetlepel bloem

Verwijder de bladeren en de draden van de kolf. Kook de maiskolven in de groentebouillon gaar in circa 15 tot 20 minuten. Haal ze uit de bouillon en laat ze even afkoelen op een snijbord. Bewaar de bouillon. Snij dan met een mes de korrels van de kolven. Verhit in een pannetje wat boter of olie. Bak hier de gesnipperde ui en knoflook in aan en voeg daarna nog even de maiskorrels toe. Doe dan alles in de bouillon en pureer de soep met een staafmixer. Voor een gladde soep: zeef de soep zodat de schilletjes achterblijven. Laat dan opnieuw aan de kook komen. Verwijder van twee tomaten het velletje en de vochtlijsten. Snij het vruchtvlees in stukjes en doe in de soep. Voeg superfijn gesneden jalapeno of Spaanse peper toe. Laat even doorkoken. Voor een licht gebonden soep: verhit in een pannetje de 20 gram boter en voeg de bloem toe als het gesmolten is. Roer totdat het iets gebakken is en voeg dan wat vocht van de soep toe tot een dikke saus ontstaat. Voeg dit bij de rest van de soep. Doe nog een scheut witte wijn en een scheut room er bij naar smaak. Dien op met gepelde rivierkreeftjes en wat verse peterselie.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Uiensambal

Meestal blijven de Spaanse pepers in de moestuinkas in grootte achter bij exemplaren in de winkel. Dit jaar werden ze opeens veel groter maar bleven ze groen. Ik heb ze in de vensterbank van de keuken gelegd in de hoop dat ze nog een beetje bij zouden kleuren. Groen zijn Spaanse pepers overigens ook eetbaar maar minder pittig. Op een gegeven moment heb ik besloten ze toch maar te gaan verwerken, ook al waren ze niet allemaal rood geworden.

En dan is het de vraag, wat ga je doen met de pepers. Je kan ze natuurlijk invriezen maar het is veel leuker om er een saus mee te maken. Zo heb ik al een keer sambal manis, tabasco-saus en pittige tacosaus gemaakt. Toen mijn blik viel op de te drogen liggende uien, ben ik op het internet gaan zoeken naar een saus waar ik en de uien en de pepers kwijt kon. Ik kwam uit bij het recept voor sambal bawang oftewel uiensambal. Hoe het resultaat smaakt? Als hele pittige geconcentreerde uiensoep. Je kan met deze saus de boterham kaas of worst een lekkere oppepper geven of gewoon een lepeltje door de sperziebonen roeren voor sambalboontjes.

Uiensambal

6 spaanse pepers
4 uien
3 teentjes knoflook
1 el palmsuiker (gula jawa)
1 tl tamarinde-pasta (asem)
2 el water
2 el olie
zout naar smaak

Bereiding:
Halveer de pepers en verwijder de zaadlijsten. Snijd de uien en de knoflook fijn. Maal of wrijf de pepers, uien, suiker fijn en verhit in een bakpan olie. Fruit de pasta 3 minuten aan in de olie. Meng de tamarinde met het water en voeg dit toe. Laat het zachtjes stoven totdat de olie bovendrijft. Doe in een potje. Een fijne saus om bij een kaasplankje of worst te serveren of lekker op een cracker kaas.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Oesters van de barbecue met roomboter, daslook en tabasco

In September en Oktober zijn er nog genoeg mooie dagen om eens lekker uit te gaan waaien op het strand. Het Noordzeestrand is voor ons een half uur rijden met de auto. Dichterbij zijn er de Oosterscheldestrandjes.  Bonus bij deze strandjes, is dat je bij laag water oesters kan rapen. Daarnaast is het leuk om de zeilboten in en uit de haven te zien varen. Wij gaan vaak naar de strandjes bij Wemeldinge.

Een paar weken geleden was het tij precies goed om wat wilde oestertjes mee te kunnen nemen. Aangezien we ’s avonds de barbecue nog eens een keertje op wilden stoken, gingen er daar een paar op als hapje vooraf. De oesters gaan in de diepe kant van de schelp, met het vocht er nog bij op het rooster. Op een gegeven moment gaat dit vocht borrelen en giet je er een beetje van de gesmolten, gekruide boter bij. Daarna moeten ze gelijk van de grill, anders zijn de oesters niet meer lekker mals.

Oesters van de barbecue met roomboter, daslook en tabasco

8 rauwe oesters
daslook of knoflook*
25 gram roomboter
tabasco
evt. citroensap

Open de oesters. Giet niet het vocht weg. Leg de oesters met de bolle kant van de schelp op het rooster en wacht tot het vocht gaat koken. Smelt vooraf de roomboter in de magnetron of in een pannetje en voeg hier snippers daslook en wat tabasco aan toe. Giet als het vocht van de oesters gaat borrelen wat van de boter bij de oesters en serveer. Besprenkel eventueel met nog wat citroensap.

*Daslook wordt ook wel wilde knoflook genoemd en smaakt en ruikt dan ook naar knoflook. Buiten het seizoen kan je vlokjes gedroogde daslook gebruiken.

wemeldinge

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Hartige poffert met gerookte spekjes, ui en courgette

Ik dacht dat ik een leuke puddingvorm op de kop had getikt. Ik vond hem in de koopjeshoek bij de Intratuin. Het aparte aan de vorm was dat er nog een deksel op zat met een ringetje. Thuis ging ik eens even kijken waar die deksel voor zou kunnen dienen. Toen bleek dat ik een poffertvorm had gekocht. Een poffert is een Gronings broodachtig boerengerecht. In andere delen van het land heet het ook wel ketelkoek of broeder. In een poffert gaan meestal krenten en rozijnen, melk en eieren. Het beslag lijkt een beetje op pannenkoekbeslag maar moet wel rijzen.

Al verder zoekend, zag ik op het internet ook hartige varianten. Natuurlijk had ik weer wat courgette’s liggen en een berg uien uit de moestuin. Samen met huttenkase die over tijd dreigde te gaan, zag ik daar wel een smakelijke hartige poffert in. Het was een succes deze hartige poffert. De volgende dag heb ik het restant nog in plakken opgebakken in de pan. Dat was zo mogelijk nog lekkerder. Ideaal voor het verwerken van wat restanten want met het basisdeeg kan je veel kanten op. Deze versie in ieder geval van harte aanbevolen:

Hartige poffert met spekjes, courgette en ui

Ingrediënten voor een kleine poffertpan:

250 gr zelfrijzend bakmeel (of zoveel bloem plus 1 tl bakpoeder)
200 gram huttenkase*
125  ml melk*
2 eieren
beetje zout
1 kleine courgette of een halve, zonder zaadlijst
125 gr gerookte spekblokjes
klein uitje
teentje knoflook
peper naar smaak
50 gr geraspte kaas*
Verse peper

Zet een pannetje op laag vuur, en bak de spekjes bruin. Snij de ui, knoflook en courgette fijn. Bak de ui, knoflook en courgette ook nog even mee. Kook water in de waterkoker.
Meng de bloem met de huttenkase, melk, zout en de eieren tot een glad beslag.
Beboter de poffertpan met een dun laagje boter en bestrooi eventueel met een beetje paneermeel. Zo voorkom je dat alles in het pannetje blijft plakken.
Het paneermeel veeg je zo van de poffert af als hij klaar is.
Vervolgens voeg je de spekjes, uitjes met knoflook, (peper)  en de geraspte kaas toe. Voorzichtig mengen.
Giet het beslag in de poffertpan, deksel op de poffertpan dicht maken, zet de poffert in een ruime pan en giet het kokend water tot ongeveer een centimeter onder de deksel. Doe dan nog een deksel op de pan en zet het op een zacht vuur.  Zonder de deksel verdampt het water, en zal de poffert niet gaar worden. Dan rustig 2 uur laten pruttelen. Hangt een beetje van de grootte af.

  • basisbeslag bevat: 250 ml melk en 100 gram kaas. Dit heb ik dus vervangen door huttenkase, melk en kaas.

Bewaren

Bewaren

Bewaren