Zalm terrine

Het recept voor deze zalm-terrine komt van Martine’s blog www.duizenden1dag.nl. Ik maakte al eens haar kaasbroodjes, stroopwafels en aardappel-truffelgratin. Meestal als gevolg van haar enthousiaste verhalen hierover tijdens de autorit richting Lille. Het is namelijk al bijna een traditie geworden om, samen met nog twee andere foodies/foodbloggers, vlak voor de kerst richting de Auchan in Roncq (vlakbij Lille) te gaan. Ik koop dan de wijn voor de feestdagen en Franse delicatessen. Soms neem ik ook nog wel eens wat kookspulletjes mee zoals twee jaar geleden een kleine terrinevorm.

Een visterrine stond al een tijdje op mijn kooklijstje, maar meestal werd ik bij het bekijken van recepten hiervoor afgeschrikt door de hoeveelheid werk die daaraan vooraf gaat. Deze zalmterrine maak je in circa drie kwartier en daardoor is dit mede een fijn recept voor een kerstvoorgerecht. Ik heb nog wel zelf wat toegevoegd zoals een fijn gesneden chioggiabietje uit de moestuin en wat krulsla. De basis is hetzelfde en echt een aanrader! Een linkje naar het recept op Duizenden1dag vind je onder het recept.

zalm terrine

  • 250 gram (wilde) zalm (diepvries of vers)
  • 100 gram gerookte zalm
  • 125 gram crème fraîche (= 1/8 liter)
  • 1 sjalot of kleine ui of 2 lente-uitjes
  • 1 ei
  • 1 tl zout
  • 1/2 tl vers gemalen peper
  • 1/2 tl paprikapoeder of 1 fijn gesneden geroosterde paprika uit pot
  • evt. verse kruiden naar keuze (peterselie of bieslook of citroenmelisse)
  • handje krulsla
  • 1 chioggiabiet*
  • olie, azijn
  • citroensap
  • evt. (nep-) kaviaar
  • optioneel beetje honing voor de vinaigrette
  • peper, zout

Verwarm de oven voor op 175C. Snij de sjalot of de kleine ui zo fijn mogelijk en bak deze even aan in olie of boter. Laat afkoelen. Snij dan de gerookte zalm en (wilde) zalm in blokjes en doe deze in een kom (van de foodprocessor). Voeg hier de crème fraîche en het ei aan toe en maak op smaak met verse kruiden naar keuze, zout, peper en paprikapoeder. Pureer met behulp van een staafmixer of in de foodprocessor. Vet een glazen cakevorm of een terrinevorm van een halve liter inhoud in. Doe hier het zalmmengsel in. Dek de cakevorm af met aluminiumfolie of zet de deksel op de terrinevorm. Zet een diep bakblik met kokend water in de oven en zet hier vervolgens de cakevorm/terrine in. Het water dient ongeveer tot de helft te komen van de vorm. Bak bij een lange lage vorm de paté ongeveer in 30 minuten gaar en bij een kleine, hoge, meer rechthoekiger vorm in 45 minuten gaar. Laat afkoelen en zet daarna de vorm minimaal 2 uur in de koelkast.

Stort de terrine op een plank of bord en snij deze in plakken van circa 1 centimeter dik. Snij de rauwe biet in hele dunne plakjes en marineer deze in olijf olie met een licht zuurtje van een scheutje citroensap, peper en zout. Maak de sla lichtjes aan met een vinaigrette van olie, azijn, zout en peper en mocht je dat lekker vinden met nog een beetje honing door de vinaigrette. Serveer eventueel nog met een beetje (nep-)kaviaar en knapperig brood.

*kan ook met plakjes gekookte biet of verschillende soorten biet. Ben je geen liefhebber van biet, vervang deze dan bijvoorbeeld door eetbare bloemen voor een feestelijk effect.

Naar een recept van Duizenden1dag

Visrisotto met saffraan en garnalen

Een goed voornemen dit nieuwe jaar: elke dag iets uit de voorraadkast of vriezer gebruiken voor het avondeten en voorlopig de voorraad niet meer aanvullen. Bij een inventarisatie van de kastjes zag ik nog de uit Italie meegenomen zak risotto staan, plus een pak risotto waar maar een klein beetje uit was. Tijd voor een lekkere smeuïge risotto.

De risotto is bij ons helemaal opgegaan maar met een restje risotto kan je uitstekend nog lekkere snackballetjes maken: arancini. Hiervoor maak je balletjes van de afgekoelde risotto, ter grootte van een bitterbal. Deze balletjes paneer je en daarna frituur je de balletjes totdat ze goudbruin zijn. Je kan ze eventueel nog vullen met een klein blokje mozzarella. Als je deze balletjes na het paneren invriest, heb je altijd een lekkere snack voor een feestje.

Visrisotto met saffraan en garnalen
  • 300 gram risottorijst
  • 400 gram diverse soorten vis en garnalen (witvis, zalm, Noorse garnalen), de vis in kleine blokjes
  • bekertje diepvrieserwten
  • 1 ui of 1 flinke sjalot
  • 1 glas droge witte wijn
  • 1/2 tl saffraandraadjes *
  • 1 grote tomaat of enkele cherrytomaatjes (alleen vruchtvlees)
  • 600 a 700 ml groente of visbouillon**
  • peper/zout
  • evt. kaas
  • evt. verse peterselie
  • olijfolie of boter

Voor 4 personen: Fruit de gesnipperde ui aan hete olie of boter in een kookpan. Voeg dan de risottorijst toe en schep dit even mee om in de pan. Blus af met de witte wijn. Voeg een halve liter groentebouillon toe en laat de risotto rustig pruttelen. Kijk voor de kooktijd even op de verpakking van de risottorijst en voor de hoeveelheid benodigde bouillon. Voeg indien de risotto te droog dreigt te worden telkens een scheut bouillon toe. Doe vervolgens de saffraandraadjes er bij. Hoe geel de risotto wordt is afhankelijk van de kwaliteit van de saffraan en de hoeveelheid dus kijk daar zelf even naar. Voeg 10 minuten voor eindtijd van de risotto de erwtjes toe plus de in stukjes gesneden tomaat, en vijf minuten voor het einde de vis en garnalen (met wat zout en peper bestrooid) toe. Schep af en toe even om. Serveer met verse peterselie, vers gemalen peper en eventueel geraspte kaas.

*afhankelijk van de kwaliteit zal de kleur en smaak sterker zijn, dus wellicht beter eerst een paar draadjes en dan telkens toevoegen.

** hoeveelheid is afhankelijk van de soort risottorijst: kijk even op de verpakking hoeveel bouillon er nodig is.

Bietenslaatje met garnalen

In de wintermoestuin staan nog enkele bietjes, wat snijbiet, twee ondermaatse kroppen andijvie, vier koolloze bloemkoolplanten (gaat dat nog wat worden?) en een enorme mooie rode kool. Verder zag ik bij mijn laatste bezoek dat enkele vergeten uien opnieuw zijn gaan groeien en dat de aardbeiplantenstekjes gelukkig in leven zijn gebleven na het verplanten.

De kool laat ik nog even staan tot ik weet wat ik er mee zal gaan doen. De bietjes mogen mee, net als de lelijke bladeren van de snijbiet. Onze cavia’s zijn namelijk dol op snijbiet en zij trekken zich niets aan van een vlekje of beschadiging. Enthousiast knagen zij zich door een berg van snijbiet en het loof van de rode bieten.

Met de rode bieten zelf had ik opeens een (achteraf gebleken) goed idee: de gare afgekoelde bietenblokjes mengen met mayonaise, yoghurt, mosterd en fijn gesneden augurk tot een bietenslaatje en dat met jonge bladsla en Hollandse garnaaltjes serveren als voorgerecht.

Als je van garnalencocktail houdt, ga je deze salade ook vast wel lekker vinden: de biet vervangt de zoetigheid van de tomatensaus en voor de rest komen de ingrediënten grotendeels overeen. De augurk had ik nodig voor wat lekkere friszure knapperigheid. Deze salade knalt je tegemoet:

Bietenslaatje met garnalen

  • 1 of 2 ons Hollandse garnalen
  • 3 bietjes
  • 2 eetlepels mayonaise
  • 1 eetlepel yoghurt
  • halve theelepel mosterd
  • kneepje citroensap
  • 1 augurkje
  • zout, peper
  • jonge bladsla
  • evt. verse peterselie

Kook de bietjes gaar in 1 a 1 1/2 uur. Snijd ze in blokjes. Doe ze in een kommetje en meng er de mayonaise, yoghurt, mosterd en citroensap door. Snipper een augurkje heel fijn en meng dit er ook door heen. Maak op smaak met peper en zout. Doe in een bakje wat bladsla, verdeel er de bietjesalade overheen en daarna de garnalen. Garneer eventueel met nog wat verse peterselie.

Heek met parelcouscous

Heek is een kabeljauwachtige vis en is voor liefhebbers van witvis een aanrader. Ik heb de filetjes licht gekruid en door de bloem gehaald. Hierdoor bleven ze lekker mals en kregen ze een mooi bruin korstje in de pan. De filetjes waren niet zo heel groot, zo’n 50 gram per stuk. Het bleek genoeg in combinatie met de parelcouscous. Door de parelcouscous zaten onder andere krokant geroosterde kikkererwten en feta.

Daarnaast kon ik er weer eens een courgette in kwijt. Bijna elk jaar hebben we het luxe-probleem wat we met de courgette-oogst uit de moestuin zullen gaan doen. Dit jaar heb ik twee courgetteplanten in de moestuin gezet: eentje die groene courgettes levert en eentje gele. Je zou kunnen denken: dan zet je toch maar één courgetteplant. Je hebt echter ook wel eens een courgetteplant die niet zo goed produceert. Dat risico wil ik ook niet lopen want ik hou van courgette.  Daarnaast heb ik elk jaar weer de hoop dat ik gevulde courgettebloemen kan gaan maken van mijn eigen planten.

De in de oven geroosterde courgette was in ieder geval erg lekker in dit gerecht:

Heek met parelcouscous

4 heekfilets*
bloem
200 gram parelcouscous**
circa halve liter bouillon
1 courgette
100 gram feta
1 citroen
1 sjalot
3 pruimtomaten
een paar takjes tijm
1 blik kikkererwten
paprikapoeder
olijfolie
zout, peper

Verwarm de oven voor op 200 C. Laat de kikkererwten goed uitlekken en dep ze eventueel nog even droog. Verdeel ze over de helft van een met bakpapier belegde bakplaat. Bestrooi ze met paprikapoeder, zout en peper. Snij de courgette in de lengte doormidden en daarna in schijfjes. Snij de pruimtomaatjes in stukken en de sjalot in schijfjes. Verdeel ze over de andere helft. Bestrooi met zout, peper en de tijmblaadjes. Sprenkel olie over het geheel. Doe de bakplaat  in de oven en laat 20 minuten bakken. Keer halverwege een keertje allles om. Zet bouillon klaar. Doe olie of boter in een pan en bak even de parelcouscous aan. Doe de bouillon erbij en laat zo’n 12 minuten koken. Giet dan de couscous af. Laat even een beetje droger stomen.

Dep de heekfilets droog en bestrooi met zout en peper. Haal ze daarna door de bloem. Bak de heekfilets in een paar minuten per kant bruin en krokant. Doe alles van de ovenbakplaat door de couscous, maak verder op smaak met zout, peper en citroensap (enkele eetlepels) en verdeel de feta door het gerecht. Serveer met de heekfilet.

*Je kan de heek natuurlijk goed vervangen door een andere witvis

** Ik gebruikte de Pearl Couscous van Al’Fez. Deze had ik gekregen om uit te proberen. Ik vind het een fijne variatie op gewone couscous.

Zalmforel met limoen van de barbecue

Voor de barbecue zijn vissen met stevig visvlees het meest geschikt. Dat zijn vaak de iets vettere vissoorten zoals sardientjes, zeebaars, zwaardvis, poon of tonijn. De wat minder stevige vissoorten doe je het beste in een foliepakketje op de barbecue omdat ze anders uit elkaar vallen.  Je hebt tegenwoordig ook plankjes voor de barbecue waarop je de vis kan bakken. Deze plankjes, meestal van cederhout, geven ook nog een smaakje aan de vis. Ik heb hier nog geen ervaring mee.

Wat ook heel lekker is, als je een vijgenplant in de tuin hebt, om de vis in vijgenblad te wikkelen. Het vijgenblad geeft een citrusachtige smaak aan de vis. Wat ik ook nog eens ooit moet uitproberen, is om de vis in ananasschil te wikkelen en dan op de grill. Dit idee heb ik op mijn kooklijstje in Pinterest gezet: zie deze link. Bij deze zalmforel heb ik gewoon mijn visklem gebruikt. De zalmforel is ingesneden en vervolgens gevuld met dunne schijfjes limoen en ringetjes Spaanse peper. Het was een heerlijk, super mals visje en vanwege het mooi zachtroze visvlees een plaatje op tafel.

Zalmforel met limoen van de barbecue

1 zalmforel
1 limoen
1 Spaanse peper
verse peterselie (of koriander)
snufje zout
olijfolie

Snijd de zalmforel aan ieder kant drie keer schuin in, van rechts naar links en zo’n 1,5 cm. Snijd de limoen in dunne plakjes en halveer deze tot halve manen. Steek in elke inkeping een halve maan limoen. Verdeel de rest in de buikholte. Snijd de spaanse peper in dunne ringetjes en verdeel deze over de inkepingen en de buikholte. Kruid de vis met een snufje zout. Bestrijk vervolgens met olijfolie en doe de vis in een visklem voor op de barbecue. Grill de vis op een niet al te hoog vuur want ander verbrand de vis zonder gaar te zijn geworden. Grill elke kant zo’n 5 a 6 minuten.

Zilte quiche met lamsoor

Deze quiche is perfect voor als je eens wat anders wil bij de vis: een quiche met lamsoor. De zilte groente lamsoor smaakt natuurlijk heerlijk bij vis maar ook de combinatie met kalfsvlees en lamsvlees zie je regelmatig op het menu van restaurants verschijnen. Zeekraal vind ik ook een lekkere ziltige groente maar dat leek mij weer niet een fijne groente voor de quiche. Zeekraal hoor je mijns inziens lekker knapperig te eten.

Lamsoor ziet er uit als spinazie maar is iets dikker en steviger. Spinazie bevat veel vocht en maakt het daardoor wat lastig te gebruiken in een hartige taart. Dit nadeel heeft lamsoor niet. Meestal vind ik de volgende dag een overgebleven puntje quiche bijna nog lekkerder dan de verse versie. Dat had ik met deze quiche niet. Mijn advies is dan ook: eet de quiche na het bakken zo veel mogelijk op. Dat is echt geen straf, kan ik verzekeren.

Zilte quiche met lamsoor

quichedeeg (uit de koeling of zelf gemaakt korstdeeg)
200 gram lamsoor
150 gram huttenkase (=cottage-cheese)
scheut melk
1 kleine ui
1 flinke teen knoflook
7 cherry-tomaatjes
peper, zout
4 eieren
scheutje citroensap
geraspte kaas (naar keuze maar schapenkaas of emmentaler is erg lekker)*
olie/boter

Verwarm de oven voor op 180 C. Vet de vorm in met wat olie of boter. Verwarm wat olie of boter in een pannetje en bak hier de gesnipperde ui in aan, daarna kort de knoflook en vervolgens de lamsoor. Zet het vuur uit en maak de rest van de vulling: klop de eieren los en voeg hier de huttenkase, flinke scheut melk, beetje citroensap, zout (niet te veel want de lamsoor is al licht zilt) en peper aan toe. Bekleed de vorm met het deeg en bedek de bodem met een dun laagje van het eimengsel. Verdeel dan de lamsoor/ui en knoflookmengsel in een gelijke laag en vervolgens de rest van het eimengsel. Snij de cherrytomaatjes door en leg ze met snijkant naar beneden hier mooi verdeeld bovenop. Bestrooi naar smaak met geraspte kaas. Zet 30 tot 40 minuten in de oven totdat het gaar en mooi bruin is. Lekker met vis, lam of kalfsvlees en een knapperige salade.

*Dit zijn mild zoetige kazen.